1 maart 2026 nacht en cultuur voor iedereen stem Haagse Stadspartij
bron: hspdenhaag.bsky.social
nog steeds relevant
Sinds 2014 zit Fatima Faïd in de Haagse gemeenteraad voor de links-progressieve en (van oorsprong anarchistische) Haagse Stadspartij. Ze is al vanaf het begin bij die partij betrokken, die ontstaan is uit een protestbeweging die wortels had in kraakpand De Blauwe Aanslag. Voor ze in de raad kwam was Fatima al veertien jaar lang lid van de partij, en ze kent de Haagse stadspolitiek door en door. Vorig jaar sprak ze tijdens het Woonprotest in Amsterdam de legendarische woorden ‘geen kankerduur kankerhuis heujjj’, en die viral-uitspraak raakte een dusdanige snaar dat mensen haar niet alleen afkeurende berichtten stuurden, maar haar ook in de harten sloten. Nu doet ze voor het eerst als lijsttrekker mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. Daarom het leek het ons interessant Fatima eens te vragen of ze tips heeft voor progressieve jongeren die ook lokale politiek bedrijven.
De Haagse Stadspartij is verder nogal uitzonderlijk,
in die zin dat het een van de weinige puur lokale linkse partijen is – dus
zonder een landelijke partij die er boven hangt – die het al jarenlang
volhoudt. Hoe zit dat? Wat is het geheim? We belden Fatima op:
“Ik zit even een mandarijntje te pellen want ik ben
kapot moe, ik heb net het laatste debat gehad voor de verkiezingen,” zegt ze.
“Mijn dochter noemt dat zo, kapot moe zijn. Oh god, en dan hebben we nu het
laatste debat gehad en moeten we nog twee dagen flyeren en weet ik het
allemaal, van die kansloze acties op het einde van de verkiezingen, alsof dat
het verschil nog gaat maken. Als we nu nog niet geflyerd hebben, gaat dat dan
nog het verschil maken? Maar goed, waar wilde je het over hebben?”
VICE: Ik wilde vragen om tips om het lang
vol te houden in de gemeenteraad-politiek en het daar goed te doen. Fatima: “Ah, goed. Ok.
Nou:”
Tip 1. Wees voorbereid op de lange termijn
“Je moet van de lange adem zijn voor de
gemeenteraad-politiek. Veel linkse jongeren die actief worden in de lokale
politiek zijn superenthousiast, maar als je het goed wil doen betekent het dat
je een heel lang traject in gaat.
De Haagse Stadspartij is vanuit een protest tegen de
aanleg van een nieuwe weg in 1998 in de gemeenteraad terecht gekomen. Krakers
in het pand De Blauwe Aanslag steunden dat protest, en vanuit dat protest
hebben we ook meegedaan aan de gemeenteraadsverkiezingen. Op die manier hebben
we jarenlang met een zetel in de raad gezeten. We waren een soort luis in de
pels, zoals BIJ1 dat nu is in de Tweede Kamer: veel kritische vragen stellen,
af en toe moties indienen.
Dat he Wij zijn nu met z’n drieën nu in de Raad en we
hebben een fractievertegenwoordiger, dus we zijn met z’n vieren dagelijks
actief. En eigenlijk doet alleen de fractievertegenwoordiger er nog iets naast,
die schrijft af en toe voor een architectenkrant ofzo, maar verder werkt
niemand van ons hiernaast. Natuurlijk: Den Haag is een grote stad, dus je kan
gewoon van het salaris leven. Maar je moet het wel heel leuk vinden. Een
verschil met onze partij en andere partijen is dat je bij ons niet echt kunt
doorstromen naar de landelijke politiek.”
Tip 2. Wees geen onuitstaanbare ideoloog (maar behoud wel je principes)
“Nu zullen mensen wel boos op me worden, maar de fout
bij veel linkse jongeren is dat ze zo vaak bij ideologie beginnen. Je vertrekt
vanuit ideologie en gaat dan discussiëren over Marxisme of Trotskisme of
Leninisme. Jonge mensen zijn vaak superactivistisch, en dat is goed, maar je
moet ook snappen dat je dingen voor elkaar moet krijgen. Je zit er niet alleen
voor je eigen principes, je zit er voor de mensen in de stad of gemeente.
Veel jongeren komen uit een activistisch netwerk. Als
die dan eenmaal in de gemeenteraad terecht komen, moeten ze wel bereid zijn om
zaken te doen, dan moet je bereid zijn om te regelen, ik noem maar wat, dat
die onderadvisering [van
kinderen op basisscholen – red.] stopt. En dan moet je wel aan tafel willen
zitten met bijvoorbeeld de VVD, en dat niet bij voorbaat al vanuit je ideologie
afwijzen.
Politiek is ook gunnen. Als je alleen maar de hele
tijd boos doet, kunnen andere partijen al snel denken: er is geen land met die
persoon te bezeilen. Dan gunnen ze je het gewoon niet. Maar je hebt wel de
meerderheid nodig van de mensen met wie je samenwerkt. Je moet wel iets
regelen voor de mensen voor wie je er daar zit. Dat moet je ook niet vergeten.
Ik vind dat we met de Haagse Stadspartij een goed
midden vinden tussen activisme en politiek bedrijven. Er is altijd een
scheiding tussen de activisten, die doen iets op straat, en de politici, die
zich in het gemeentehuis verschansen. Wij geloven in een politiek van onderop –
we komen uit de kraakscene en het anarchisme. En wij geloven heel erg in de
kracht van de straat, die moet in het stadhuis te horen zij. Je moet dingen
organiseren. Ondersteunen, meedenken, aanwezig zijn. Dan moet je ze overtuigen,
het betekent ook dat je iets aan je PR moet doen.
bben we jarenlang met plezier gedaan, en jarenlang
hebben we steeds heel goed gescoord op hoeveel invloed we hadden met die ene zetel.
Dus je kan best veel gedaan krijgen, ook als je niet meteen in het College van
Burgemeester en Wethouders zit.
Natuurlijk moet je wel aan je principes vasthouden,
maar ik denk dat dat ook te maken heeft met wie je in zee gaat. Vanuit onze
eigen partij gesproken denk ik ook dat het belangrijk is dat je je organisatie
plat houdt, met weinig hiërarchie. Dat werkt voor ons in ieder geval erg goed.
Als er ergens een debat is, sturen we niet per definitie de lijsttrekker of de
nummer twee op de lijst. Als iemand op plek twintig er veel vanaf weet, kan die
het doen. En iedereen mag alles zeggen, we roepen niet zo gauw mensen terug.
Dat is toch dat anarchistische. Daardoor zijn er misschien ook geen
politieagenten lid, waardoor we ook gewoon kunnen zeggen dat de politie
racistisch is, haha. Zo’n sfeer is belangrijk om te hebben.
En wat verder qua principes betreft: de revolutie
begint sowieso niet op het stadhuis. Maar als je in de gemeenteraad laat zien
hoe het ook kan, dat je er als links voor mensen bent, gaan mensen na een
tijdje vanzelf ook wel inzien dat kapitalisme kut is.”
Tip 3. Doe écht iets
“Het is heel belangrijk om concrete resultaten te
boeken op de plek waar je actief bent. Je moet de straat op, de buurt in, horen
wat er leeft, welke problemen er zijn. Niet een keer per maand een beetje
canvassen, maar dag in dag uit. Een van de dingen waar ik heel trots op ben met
de Haagse Stadspartij is een project dat we hebben ondersteund van bewoners die
in hun eigen straat een woningbouwvereniging hebben opgericht.
De bestaande, grotere woningbouwvereniging wilde de
huizen daar slopen, omdat ze gerenoveerd moesten worden. Het waren allemaal
sociale woningen, dat begrijp je natuurlijk wel. De bewoners zijn toen in
opstand gekomen en die bedachten: ‘geef die panden dan maar aan ons, we doen
het zelf wel’. Het proces heeft twee jaar geduurd, want niemand wist precies
hoe dat moest verlopen. Zeker qua financiering, niemand heeft geld
natuurlijk. Nu is het een bekende straat, en hebben ze het in eigen beheer voor
elkaar gekregen.
De stadspartij heeft twee jaar lang in dat proces
geïnvesteerd en advies gegeven. We hebben meegedacht over wie er in Nederland verstand
heeft van dit soort zaken, we hebben de bewoners in contact gebracht met die
mensen, die naar bewoners luisteren. Het heeft ruim twee jaar geduurd. Maar nu
staat het er gewoon.
En dan zie: als je met de stad dingen doet, duurt het
altijd wel lang, maar je kan wel iets verwezenlijken. Dus je moet niet alleen
maar demonstraties organiseren – dat doen we ook veel – maar ook dit soort
initiatieven. Je moet echt in die stad gaan zitten. En denken: wat is
belangrijk? Wat kom je tegen qua vragen van mensen waar ze hulp bij nodig
hebben?”
Tip 4. Bestrijd extreem-rechts (maar trek je er tegelijkertijd niet te veel
van aan)
VICE: Niet alleen linkse jongeren hebben
het politieke vuur te pakken, op Twitter zie je ook dat er op extreem-rechts,
bij bijvoorbeeld FvD, veel jonge politici een soort bevlogenheid of elan
hebben, zij het een soort fascistisch elan. Hoe ga je daar mee om? Fatima: “Nou kijk, bij ons
in Den Haag loopt Rita Verdonk nu zelfs weer mee. Die vrouw is volkomen
mislukt, en ze duikt toch weer op. Rechts is hier in Den Haag in ieder geval
altijd een factor van belang geweest, ze hebben hier altijd dingen gedaan. Ik
heb niet per se het idee dat rechts nu meer energie heeft, ze hebben altijd al
veel aanspraak en groei gehad. Dus het gaat erom hoe je ermee omgaat.”
Deze week was ik in gesprek met Gideon van
Meijeringen, of hoe heet die gek van FvD. Ik moest bij een debat naast hem zitten en ik dacht: o
god, dat heb ik weer. We hebben 21 partijen die mee doen, en dan heeft het lot
beslist dat ik naast hem moet zitten. Er is één stoel vrij hè, alleen een stoel
naast hem.
Ik had in een tweetje gezegd: ‘Fascisten een podium
geven, bij Den Haag FM kunnen ze het.’ Iemand anders had daarop gereageerd en
ik had geantwoord, ‘tegen de tijd dat de nazi’s ons allemaal deporteren dan
zeggen ze bij Den Haag FM: jeetje, hoe is het nu zo ver kunnen komen, we hebben
dit nooit geweten.’ Alle nazi’s waren over de zeik, maar Van Meijeren ging me
heel vriendelijk aankijken en zei: ‘ik wil het nog heel even hebben over je
tweetje’. Hij zei dat hij ‘oprecht’ wilde weten wat ik bedoelde met deporteren.
Schijnheilige vent.
Later gaf ‘ie me een glas water, en ik dacht: gooi ik
dat glas water in zijn gezicht of niet? Dan moet je overdenken: ik zit hier met
een zaal vol mensen, het zal wel weer hommeles worden als ik het doe, en van de
andere kant vind ik het ook wel weer prettig als mannen me glazen water
inschenken, dus ik heb het maar gewoon aangenomen en het erbij gelaten. Je moet
soms een beetje strategisch denken he. Je wil ze geen gratis stok geven om jou
te slaan.”
Tip 5: Strijd voor meer representatie
“Ik ben heel trots op hoeveel jonge mensen er op de
lijst staan voor de Haagse Stadspartij en hoe divers die lijst is geworden. Het
kostte wel vier jaar om die mensen allemaal te vinden, maar dat is ons deels
gelukt omdat we de stad zo goed kennen en hier al zo lang rondlopen. Dan leer
je ook mensen kennen die heel goede dingen doen, maar die verder niet per se
heel zichtbaar zijn. En die zichtbaarheid is juist zo belangrijk.
Er zijn verschillende groepen die niet of niet genoeg
vertegenwoordigd worden in de politiek: zwarte mensen, queer mensen, daklozen,
allemaal groepen die wel onderdeel uitmaken van dit land, maar die niet aan
tafel zitten. We hebben meer representatie nodig van de zwakkeren in de
samenleving. Het is goed als iemand die dakloos is geweest, iemand die dus zijn
leven lang is opgejaagd door politie, ook aan tafel zit. Ik denk dat je daar
als gemeenteraadslid veel oog voor moet hebben. De kieslijst van de Haagse
Stadspartij is nu heel divers en ik ben daar supertrots op. Ik hoop dat we een
mooi resultaat halen, zodat mensen zien dat daar ook een electoraat zit, zodat
het op die manier ook invloed heeft.”
Bonustip: ga viral (en zit niet te veel op social media)
“Oja, dat Woonprotest. Mieke Megawati
Vlasblom belde me op om te vragen of ik dat wilde modereren, en ik zei ‘leuk,
hoeveel mensen komen er?’ Ze dacht dat het er driehonderd max zouden zijn. Toen
kwam ik daar aan bij het Westerpark in Amsterdam en zag ik die tienduizenden
mensen staan en dacht ik ‘shiiiiiittt, dit is wel heel heftig. Ik ga sterven’.
Maar goed, gedaan, en die uitspraak gedaan [‘geen kankerduur kankerhuis’ –
red.]. Ik ben bang dat als ik sterf dat dat mijn enige legacy is. En dan moet
je nagaan: ik had die speech de avond ervoor geschreven in de Samenscholing,
een anarchistisch bolwerk waar ik een diner had dat tot laat op de avond door
ging. Dat is wel prettig aan de Haagse Stadspartij, we hebben geen focus group
om de boodschap te finetunen, dus ik kon uit het hart spreken. Die uitspraak
ging hartstikke viral, mijn dochter zei dat ‘ie op Tiktok 50.000 keer was
bekeken ofzo? Maar ik ben dus een beetje kneuzerig met social media, dus ik
kwam er maanden later pas achter dat er ook allemaal haatberichten op waren
gekomen van mensen die dat maar niks vonden. Dus dat is mijn laatste tip:
verdiep je niet te veel in hoe social media werken, dan mis je vrolijk
haatberichten en zit je niet te veel op die telefoon.”
